Camping du Moulin in Golf Juan

du moulin

Een van de ‘vrienden van vroeger’ postte onlangs een ansichtkaart op FaceBook van deze camping waar vele Nijmegenaren in de jaren 70 hun vakantie vierden. Elk jaar streek er weer een grote groep neer, ‘stamgasten’ als het ware. ‘Fredje’ kende de camping van vakanties met zijn ouders en was er blijven komen. Over de jaren groeide de groep met vrienden, bekenden en anderen via voetbalclub, uitgaanswereld (Café Bertje, later Cafe Marks, grotestraat in de Nijmeegse benedenstad) en ‘van horen zeggen’. Voor de stamgasten was de vakantiebestemming nooit een vraag, enkel wanneer ze gingen. En dat had vaak te maken met ‘genoeg geld’ en hoe vervoer geregeld kon worden. De enkele 5e hands auto’s die sommigen hadden voldeden min of meer in de periferie van Nijmegen. Maar de Cote d’Azur was ver voor de auto’s van toen en voor sommigen begonnen de avonturen dan ook al onderweg.

Ook ik ben daar een paar keer geweest. Meestal maar een paar dagen op doorreis en misschien meer waarnemer dan deelnemer, maar het was lang genoeg voor veel vertier en dolle pret. Even onderdompelen in het dolce vita, de sfeer en veel stoere verhalen mee en weer verder.

‘Dat was vast gezellig’ luidde een van de FB reakties. Maar dat is niet het eerste dat bij me op komt. Soms was het dat wel, maar het was veel meer. Het was rock&roll, de wilde studententijd met weinig studeren, veel drank, vrouwen, zon, zee en onbezorgd genieten zolang de bankkaart het deed. Sommige ‘stamgasten’ moesten na de vakantie nog maanden werken om de schulden weer weg te werken. En daarna begon het sparen voor het volgende jaar.

Mooie herinneringen, maar ook de ochtendkater na weer een veel te ‘gezellige’ drank-gevulde lange nacht. Worstelend met je hoofdpijn en zwetend in je tentje die allengs opwarmde door die vermaledijde zon. Al vanaf half 9 of zo, veel te vroeg voor vakantie. Maar de enkele schaduwplaatsen waren natuurlijk al snel weg, of al lang van tevoren gereserveerd, meestal door Franse bekenden van de Moulin-familie.

De rest van het terreintje pal in de zon werd steevast helemaal vol gezet. Er was altijd plaats, ook als het al overvol was. De tenten raakten elkaar meestal nog net niet aan, maar om je weg naar je tent te vinden vergde grote behendigheid tussen de wirwar van haringen en spandraden door. Overdag en nuchter lukte dat nog wel, maar de nacht en alkohol maakten vele slachtoffers met voeten in haringen en ongewilde landingen op of in andermans tent. Maar dat hoorde er allemaal bij.

De grote vaste groep hield er een duidelijk dagritme op na. Nadat je ’s ochtends echt je tent uit zweette was het voor velen een paar uur zombie-tijd. Wat eten of drinken ‘regelen’, stoere verhalen van de vorige nacht uitwisselen om weer wat op de been raken, en vervolgens nog altijd half-zombie naar het strand. Ik herinner me een lange wandeltocht in de warme zon, en in de buurt van het strand kwam je langs een tentje waar ze heerlijk pan-bagnat’s verkochten.

Tegen het eind van de middag moest er dan eten geregeld worden. Uit eten was te duur natuurlijk, hoewel ik me van de eerste jaren een keer herinner toen we met een hele groep op Restaurant gingen. Het menu had een kaasgang herinner ik me nog. De bedoeling is 2 of 3 soorten te kiezen maar de kaasplank ging al snel rond tot hij helemaal leeg was. Ik herinner me de blikken van het personeel niet meer, maar kan me er wel iets bij voorstellen.

Meestal was het iets low-budget regelen, ik vermoed dat macaroni ongekend populair was. Veel calorieën voor weinig geld en een stevige ondergrond. Soms werd er gegeten in het camping restaurant met kantine-inrichting, zie de ansicht. In de keuken zwaaide Albert de scepter, samen met zijn schoonbroer als ik me goed herinner. Zijn vriendelijke vrouw deed de receptie van de camping en de plaatsing in het Restaurant. Dat draaide best goed dus reserveren bij madam was handig. Zij verbaasde zich elk jaar weer over die lange Nederlanders, ‘les colosses’ zei ze. Ik vond haar man en broer eigenlijk ook vrij kolossaal maar dat kwam meer door hun omvang dan door hun lengte.

Het was hard werken in de keuken, dat kon je zien aan Monsieur Albert. Die kwam af en toe het Restaurant in om iets te serveren of even uit te blazen. De zweetparels op het voorhoofd herinner ik me, maar nog duidelijker heb ik zijn laboratoriumjas op mijn netvlies. Die was in het begin van het seizoen vermoedelijk wit geweest, maar had daarna al vele malen gediend om zijn handen op kruishoogte, en meer en meer ook elders, af te vegen. De vele vet-sporen lieten niets te raden over. Mocht je denken dat die jas misschien de eetlust zou belemmeren dan ken je de rest van zijn verschijning nog niet..

Vanwege zijn worstelen met de warmte kleedde Monsieur Albert zich altijd luchtig. Onder de lab-jas staken twee witte blote benen met bolle kuiten die verdwenen in Zweedse klompen. Ook herinner ik me hem vooral met een stompje peuk tussen zijn lippen. Roken in Restaurants kon toen nog, en kennelijk ook in de keuken. Hij verstond de kunst om zijn zware rochelende hoest na enige tijd te overwinnen zonder die peuk uit zijn mond te nemen. Met koken moet hij minstens zo behendig zijn geweest want ik heb er menig keer heerlijk gegeten 🙂

‘S avonds was het natuurlijk stappen. Vooral in de latere jaren toen ik er met Bernadette was en niet meer mee op jacht ‘hoefde’, was het vermakelijk om te zien hoe de testosteron en adrenaline langzaam opliepen. De tijd om te scoren brak weer aan, voor velen toch de drijfveer van de vakantie, zeker voor de topscorers.

De start om in te drinken in Juan les Pin was een bar in een rustiger buurt en minder duur dan aan de boulevard, waar de lokale cabrio’s hun rondjes draaiden om het jachtterrein te verkennen. De bar was eigendom van een Algerijn die sinds de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd tegen de Fransen zijn heil in Zuid Frankrijk zocht. Dat schiep een beetje een band in het jaar dat we 3 maanden in Algerije waren geweest, maar erg spraakzaam over hun Algerijnse tijd was hij niet. En erg positief ook niet. Hij had een mank been en zat meestal op een krukje buiten bij de deur om zijn klanten te begroeten.

De bar werd feitelijk gerund door zijn vrouw, 2 zoons en een dochter. Zoons en dochter kenden de Nijmeegse groep ook maar hadden toch meer hun lokale netwerken in het uitgaanswereldje, voor zover ik weet. Ze scoorden ook goed, zo bleek uit de verhalen. De oudste zoon heette Gerard en trok met zijn gitaar rond langs de dure terrasjes in het centrum. Hij zong mooi en was mooi, en scoorde vast ook goed.

Meestal waren de veroveringen enkel voor de vakantie, een dag of een paar dagen. Enkele relaties duurden wat langer, soms zelfs tot ruim na de vakantie. Maar bij mijn weten is er uiteindelijk nooit iets blijvends gesmeed. De ‘Du Moulin’ groep was erg flexibel. Elk jaar waren er weer nieuwe gezichten, zowel uit Nijmegen als van mensen die toevallig ter plekke waren.

Ik herinner me een jaar dat er een iets te dikke Duitse dame was die ook op de camping verbleef. Op het terras werd ik gewaarschuwd toen ik een rondje gaf dat ze wel mee dronk maar nooit zelf trakteerde. Erg knap was ze niet maar ze had een mooie nieuwe BMW cabrio, dus dat was handig voor het vervoer vermoedde ik. Maar het was nogal een pinnig en knorrig type, een beetje feeks. Dat jaar was ook ‘mooie Gerrit’ uit het Nijmeegse uitgaansleven er. Lange blonde Gerrit had een zeer gladde babbel en was duidelijk een top-scorer, zoals zijn bijnaam al doet vermoeden. Meestal kon hij makkelijk met de hoofdprijs weg, maar als het aanbod eens wat minder was dan was hij flexibel en nam hij ook genoegen met een mindere godin.

Zo werd ik op mijn eerste avond op het terras bijgepraat over de gebeurtenissen van de afgelopen week. Gerrit was huiswaarts gekeerd met de Duitse dame in haar cabrio en was ook in haar tent beland. Volgens de verhalen waren de dierlijke-Duitse-dame kreten tot ver over de camping te horen. Gerrit scoorde door de roos te raken. Op deze camping bleef dat natuurlijk niet onopgemerkt. Toen hij de volgende ochtend uit haar tentje kroop kreeg hij dan ook een welgemeend applaus voor zijn temmen van de feeks.

Er waren ook nog andere instincten die op de proef gesteld werden in Juan les Pin. Dat bleek toen in de latere jaren sommigen een baan en dus wat meer te besteden hadden en het plaatselijk casino soms in de uitgaansroute werd opgenomen. Het was wonderlijk om te zien hoe dat bij sommigen zodanig verslavend werkte dat hun maten ze van tevoren dwongen te beslissen wat ze wilden vergokken. De rest moesten ze afgeven en voor sommigen was dat echt nodig.

Na het stappen in Juan les Pin was het natuurlijk niet altijd genoeg en soms werd er op de camping dan nog na-geborreld. Dat leidde regelmatig tot vloeken en schelden, ook van Monsieur Albert. De verhalen willen dat hij ooit zo boos was dat hij met een geweer aan het raam verscheen en dreigde te schieten als het niet zou stoppen. Later is er vrede gesticht en mochten ‘les Hollandais’ op de parking achter het gebouw buiten geluidsafstand nog na-borrelen.

Du Moulin, met zo’n naam vraag je natuurlijk ook om een Hollandse invasie…

Advertenties

Tags: , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

The Risk-Monger

Let's examine hard decisions!

TV Olen

U hoeft dit niet te lezen.

eunmask

WE REVEAL WHAT THE EU AND THE MEDIA TRY TO CONCEAL

JunkScience.com

All the junk that’s fit to debunk.

NOT A LOT OF PEOPLE KNOW THAT

“We do not believe any group of men adequate enough or wise enough to operate without scrutiny or without criticism. We know that the only way to avoid error is to detect it, that the only way to detect it is to be free to inquire. We know that in secrecy error undetected will flourish and subvert”. - J Robert Oppenheimer.

straffe madammen

maakt vrouwen zichtbaar in de media, op congrespodia en in bedrijven

Climate of Sophistry

Climate science is sophistry...i.e., BS.

%d bloggers liken dit: